ECLI:NL:CRVB:2016:1831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen weigering deelname vrijwillige collectieve verzekering notaris
Appellant was notaris tot zijn eervol ontslag per 31 december 2013 en wilde deelnemen aan een vrijwillige collectieve beroepsaansprakelijkheidsverzekering aangeboden door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). De KNB wees deelname af vanwege een openstaand saldo van €20.650,- aan ledenbijdragen voor de eerdere verplichte verzekering.
Appellant betaalde het bedrag onder protest, maar kon geen individuele verzekering afsluiten en werd daardoor beperkt in zijn waarnemerschap. Het bestuur van de KNB verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing niet-ontvankelijk omdat de weigering geen besluit of bestuursrechtelijke handeling is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de weigering geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en appellant geen ambtenaar als zodanig betreft in relatie tot de KNB.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de KNB als openbaar lichaam geen ambtelijke rechtsverhouding met appellant heeft, omdat notarissen bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen. De afwijzing van de deelname aan de vrijwillige verzekering raakt niet de rechtspositie van appellant als ambtenaar. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van deelname aan de vrijwillige collectieve verzekering is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.