ECLI:NL:RVS:2013:CA0134
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid KNB tot verplichte collectieve beroepsaansprakelijkheidsverzekering niet vastgesteld
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) stelde haar leden verplicht deel te nemen aan een collectieve beroepsaansprakelijkheidsverzekering met een dekking tot € 25.000.000,00. Diverse notarissen voerden hiertegen bezwaar aan. De rechtbank verklaarde deze verplichting onrechtmatig en vernietigde de besluiten van de KNB.
Het bestuur van de KNB ging in hoger beroep en betoogde dat de verplichte collectieve verzekering noodzakelijk is voor een goede beroepsuitoefening en dat de kosten daarvoor via jaarlijkse bijdragen kunnen worden verhaald. De Raad van State overwoog dat de KNB weliswaar de taak heeft een goede beroepsuitoefening te bevorderen, maar dat uit de wet niet volgt dat zij haar leden kan verplichten deel te nemen aan een collectieve verzekering. Notarissen kunnen zich ook individueel verzekeren.
Het bestuur kon niet aannemelijk maken dat notarissen niet individueel een verzekering met een dekking tussen € 1.000.000,00 en € 10.000.000,00 kunnen afsluiten. Ook het argument dat individuele verzekeringen onredelijk duur zouden zijn, werd onvoldoende onderbouwd. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Daarnaast werd het bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de notarissen en werd een griffierecht geheven. De uitspraak onderstreept de grenzen aan de discretionaire bevoegdheid van de KNB bij het opleggen van verzekeringsverplichtingen aan haar leden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de KNB wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot deelname aan de collectieve beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt niet bevestigd.