ECLI:NL:CRVB:2016:1791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid voor passende functies
Appellant had een Ziektewetuitkering die het UWV beëindigde per 23 augustus 2013 omdat hij volgens verzekeringsartsen geschikt was voor passende functies binnen de Wet WIA. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn klachten, met name psychische en gehoorproblemen, zijn onderschat en dat hij niet in staat is de voorgehouden functies te vervullen. Het UWV handhaaft het standpunt dat appellant arbeidsgeschikt is.
De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier zorgvuldig heeft bestudeerd, inclusief psychisch onderzoek en rapporten, en concludeert dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct is toegepast. De GAF-score wordt erkend maar niet als doorslaggevend gezien voor arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelt dat de rapporten van een andere verzekeringsarts geen aanleiding geven tot twijfel aan de conclusies van het UWV. Het hoger beroep slaagt niet en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.