ECLI:NL:CRVB:2016:1735

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2016
Publicatiedatum
12 mei 2016
Zaaknummer
15-5905 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van plaatsing bij reorganisatie ministerie Economische Zaken

Appellante is per 1 januari 2012 geplaatst in een functie bij het ministerie van Economische Zaken in het kader van een reorganisatie. Deze plaatsing werd eerder bevestigd bij een uitspraak van de Raad met nummer 14/5280 AW. In een volgende fase van de reorganisatie werd haar uitgangspositie vastgesteld als functievolger voor een senior adviseursfunctie.

Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het bezwaar ongegrond en verving het vernietigde besluit door haar uitspraak.

Het hoger beroep van appellante richt zich tegen de beslissing van de rechtbank om het bezwaar ongegrond te verklaren. De Raad oordeelt dat de uitgangspositie van appellante voortvloeit uit de eerdere plaatsing die ongewijzigd is gebleven. Aangezien appellante geen zelfstandige beroepsgronden tegen het bestreden besluit of de uitspraak van de rechtbank heeft aangevoerd, slaagt het hoger beroep niet.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

15/5905 AW
Datum uitspraak: 12 mei 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
21 juli 2015, 14/4720 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Minister van Economische Zaken (minister)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. C.J.M. Waasdorp hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2016. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Waasdorp. De minister, opgeroepen om bij gemachtigde te verschijnen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.P. Tang, ir. E.J. van der Linden, drs. ing. J.P.M. van Hienen RA en mr. M. Coumpri.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante is bij een reorganisatie van de [naam dienst] van het ministerie van Economische Zaken met ingang van 1 januari 2012 geplaatst in de functie van [functie A], schaal 11, bij Uitvoeringsbeleid. Deze plaatsing is bij beslissing op bezwaar van 10 juli 2012 gehandhaafd. De Raad heeft bij zijn uitspraak van heden met nummer 14/5280 AW het besluit van 10 juli 2012 in stand gelaten.
1.2.
In verband met een volgende fase van het reorganisatieproces is bij besluit van
19 juli 2013 appellantes uitgangspositie voor de plaatsingsprocedure vastgesteld op functievolger voor (Senior) Adviseur schaal 11 in het kennisgebied EU Fondsen met de roepnaam [functie A]. Bij besluit van 27 mei 2014 (bestreden besluit) is het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard.
2.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar ongegrond verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
3. Het hoger beroep van appellante is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om het bezwaar ongegrond te verklaren.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De uitgangspositie van appellante bij deze (fase van de) reorganisatie is een gevolg van de onder 1.1 genoemde plaatsing van appellante per 1 januari 2012. Appellantes hoger beroepsgronden zijn in de kern gericht tegen de juistheid van die plaatsing. Nu die plaatsing bij de uitspraak met nummer 14/5280 AW in stand is gebleven en zelfstandige beroepsgronden tegen het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak ontbreken, slaagt het hoger beroep niet.
4.2.
De aangevallen uitspraak komt daarom, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en
J.J.T. van den Corput en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2016.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) A. Mansourova

HD