ECLI:NL:CRVB:2016:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op besluit Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1994, vroeg arbeids- en inkomensondersteuning aan op grond van de Wajong vanwege psychische en lichamelijke klachten. Na een eerste afwijzing in mei 2013 diende hij in januari 2014 een nieuwe aanvraag in, ondersteund door medische rapporten en een toelichting van een jobcoach. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de aangevoerde medische rapporten en behandelingen geen nieuwe feiten vormen, omdat deze gebaseerd zijn op reeds bekende gegevens. Ook is geen toename van arbeidsongeschiktheid vastgesteld. Het UWV heeft de aanvraag zorgvuldig beoordeeld en het ontbreken van uitnodigingen voor gesprekken met artsen of arbeidskundigen is niet onzorgvuldig.
Hoewel het bestreden besluit niet volledig gemotiveerd was, leidt dit niet tot benadeling van appellant. De Raad past artikel 6:22 Awb Pro toe en laat het besluit in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere besluit wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.