ECLI:NL:CRVB:2016:164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand wegens niet tijdige aanvraag
Appellant ontving algemene bijstand en vroeg bijzondere bijstand aan voor eigen bijdragen rechtsbijstand, maar het college wees dit af omdat de aanvraag niet binnen veertien dagen na facturatie was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellant stelde dat het college op de hoogte was van zijn recht op bijzondere bijstand en hem had moeten wijzen op de mogelijkheid tot aanvraag, mede vanwege zijn medische en financiële situatie.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn omstandigheden niet tijdig kon aanvragen en dat het college het beleid consistent had toegepast. De Raad benadrukte dat kosten voor rechtsbijstand al opkomen bij het inschakelen van een advocaat, niet pas bij betaling, en dat de aanvraag binnen veertien dagen na het ontstaan van de kosten moet worden ingediend.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en zijn er geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand wordt bevestigd vanwege niet tijdige aanvraag en ontbreken van bijzondere omstandigheden.