Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.10. Bij besluit van 29 december 2011 heeft het Uwv de Wajong-uitkering van appellante met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken, omdat zij vanaf dat moment weer volledig arbeidsgeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg in 2006 een Wajong-uitkering aan vanwege verslaving en borderline persoonlijkheidsproblematiek. Na opname in een psychiatrisch ziekenhuis werd haar uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Vanaf 2008 verbeterde haar situatie volgens medisch onderzoek, waarbij zij een eigen GGZ-instelling oprichtte en daar nagenoeg dagelijks werkzaam was.
Het UWV trok in 2011 de uitkering met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2008 en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat het medisch onderzoek bevooroordeeld was en dat zij niet de oprichter was van de stichting, maar deze stellingen werden niet onderbouwd met overtuigend bewijs.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, het medische oordeel betrouwbaar was en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet arbeidsgeschikt was vanaf 2008. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de Wajong-uitkering vanaf 1 januari 2008 wegens arbeidsgeschiktheid.