ECLI:NL:CRVB:2016:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom bij tijdige besluitvorming ondanks vertraagde verzending aan gemachtigde
Appellant had via zijn gemachtigde bijzondere bijstand aangevraagd. Het college stuurde het besluit tot toekenning van deze bijstand op 28 november 2014 alleen aan appellant, terwijl de gemachtigde het besluit pas op 8 januari 2015 ontving. Appellant stelde het college in gebreke en vorderde een dwangsom wegens vermeende te late besluitvorming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het college binnen de wettelijke termijn van twee weken na de ingebrekestelling had beslist. In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat het niet tegelijkertijd aan de gemachtigde was verzonden, waardoor de dwangsom alsnog verschuldigd zou zijn.
De Raad overwoog dat de wettelijke regeling van de dwangsom (artikel 4:17 Awb Pro) ziet op tijdige besluitvorming aan de aanvrager zelf en niet vereist dat het besluit gelijktijdig aan een gemachtigde wordt verzonden. De verzending aan appellant op 28 november 2014 was tijdig, zodat het college geen dwangsom verschuldigd is.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het college is geen dwangsom verschuldigd omdat het besluit tijdig aan appellant is verzonden, ondanks vertraagde verzending aan de gemachtigde.