ECLI:NL:CRVB:2016:1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens herstelkansen betrokkene
Betrokkene, werkzaam bij de werkgever als [naam functie], viel in november 2009 uit wegens psychische klachten en vroeg in maart 2012 een WIA-uitkering aan. Het Uwv kende een WGA-uitkering toe per 21 februari 2012, maar de werkgever, als eigenrisicodrager, maakte bezwaar omdat betrokkene volgens haar recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen voldoende onderbouwden dat er een redelijke verwachting was van herstel van belastbaarheid. De werkgever ging in hoger beroep en voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, mede op basis van de mening van de bedrijfsarts dat geen herstel te verwachten was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling moet worden gebaseerd op de medische situatie op de peildatum 21 februari 2012 en dat latere ontwikkelingen niet meewegen. De Raad vond dat het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep een toereikende grondslag bood voor de verwachting van herstelkansen, mede gebaseerd op dossiergegevens, hoorzitting en informatie van de bedrijfsarts. De stelling van therapieresistentie door de bedrijfsarts was onvoldoende onderbouwd.
Omdat de werkgever in hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten aanvoerde, bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.