ECLI:NL:CRVB:2016:1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ondubbelzinnige weigering arbeidsverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd aangemeld voor een re-integratietraject. Ondanks herhaalde ziekmeldingen zonder medische hulp te zoeken en het niet verschijnen op afspraken, werd zijn bijstand meerdere malen verlaagd en uiteindelijk ingetrokken.
Het college stelde dat appellant ondubbelzinnig had laten blijken niet aan zijn verplichtingen te willen voldoen, waarop toepassing werd gegeven aan artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, van de WWB. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat appellant expliciet verklaart niet mee te willen werken; zijn gedrag maakte dit ondubbelzinnig duidelijk. Ook na meerdere maatregelen paste appellant zijn gedrag niet aan. Medische of andere onderbouwing voor zijn gedragingen ontbrak. De Raad wees het beroep af en bevestigde de intrekking van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens ondubbelzinnige weigering van arbeidsverplichting wordt bevestigd.