Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 20 november 2012;
- bepaalt dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1954 en houdster van de Nederlandse nationaliteit, werd geconfronteerd met een boete wegens het niet afsluiten van een Nederlandse zorgverzekering. Zij en haar echtgenoot, die sinds 1968 in Nederland woonde maar later in Tsjechië verbleef, hadden een ziektekostenverzekering in Tsjechië. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellante vanaf 1 januari 1992 niet meer AWBZ-verzekerd was, omdat zij niet langer als ingezetene van Nederland werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante vanaf 1992 geen duurzame persoonlijke band meer met Nederland had, mede omdat zij haar woning in Nederland had verkocht en in Tsjechië woonde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij hoofdzakelijk in Nederland verbleef en haar verblijf in Tsjechië beperkt was.
De Raad oordeelde dat vanaf 1 augustus 1997 duidelijk was dat appellante verzekerd was in Tsjechië en niet langer een duurzame band met Nederland had. Voor de periode 1992 tot 1997 kon dit echter niet worden vastgesteld vanwege onduidelijkheden over haar verblijf en woonadressen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de Svb opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de bevindingen van de Raad.
De Raad wees een proceskostenvergoeding af, maar bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 april 2016.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar wordt opgedragen.