Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt uitspraak 2.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van VROM en bracht in 1998 fraude en belangenverstrengeling binnen de dienst aan het licht. Na verstoorde verhoudingen werd hem in 2003 eervol ontslag verleend met enkele financiële voorzieningen. Betrokkene verzocht later om aanvullende schadevergoeding, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
Betrokkene stelde hoger beroep in en verzocht tevens om herziening van een eerdere uitspraak uit 2006. Hij voerde aan dat nieuwe feiten, waaronder brieven van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman, een ander oordeel rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat deze documenten geen nieuwe feiten bevatten en dat het verzoek om herziening daarom moest worden afgewezen.
Verder wees de Raad het hoger beroep af omdat de rechtbank terecht het ontslagbesluit en de toegekende voorzieningen rechtmatig had bevonden. Betrokkene had geen aannemelijk bewijs geleverd dat de rechtmatigheid van het ontslagbesluit in twijfel kon worden getrokken. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het ontslagbesluit en de financiële voorzieningen worden bevestigd.