ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens verstoorde verhoudingen en voorzieningen
Appellant was werkzaam als tactisch frauderechercheur bij het Ministerie van VROM en bracht in 1998 fraude en belangenverstrengeling aan het licht. Hierop volgden verstoorde verhoudingen met zijn werkgever, wat leidde tot eervol ontslag per 1 april 2004. De minister kende appellant voorzieningen toe, waaronder studiefaciliteiten en een outplacementtraject.
Appellant stelde dat hij door de top van het ministerie stelselmatig in zijn loopbaan werd belemmerd en vorderde een aanvullende tegemoetkoming van € 585.070,-. De minister erkende communicatieproblemen maar ontkende stelselmatige tegenwerking en wees op het aandeel van appellant in het conflict, met name zijn voortdurende terugkomen op het verleden en onvrede over het uitblijven van strafvervolging.
De Raad overwoog dat de minister een redelijke voorziening had getroffen, mede gelet op het aandeel van appellant in het conflict en de reeds toegekende vergoedingen. Ook achtte de Raad het niet aannemelijk dat het lidmaatschap van appellant in de ondernemingsraad een rol had gespeeld bij het ontslag. Gezien de omstandigheden en belangenafweging werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag met de toegekende voorzieningen bevestigd.