ECLI:NL:CRVB:2016:1022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Appellant ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van €11.575,41, toegekend door het Zorgkantoor op basis van indicaties van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Het Zorgkantoor verzocht appellant herhaaldelijk om verantwoording af te leggen over de besteding van het pgb, maar appellant voldeed hier niet aan. Hierdoor trok het Zorgkantoor het pgb in en vorderde het een bedrag van €11.355,63 terug.
Appellant maakte bezwaar en gaf aan dat hij in een roes leefde en daardoor geen verantwoording kon afleggen, maar dat het geld wel aan zijn ziekte was besteed. Ook verwees hij naar problemen met postbezorging. De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan de verantwoordingsplicht en dat het Zorgkantoor terecht het pgb had ingetrokken en teruggevorderd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verhoging van het pgb zonder zijn verzoek was toegekend en dat het Zorgkantoor en CIZ in gebreke waren gebleven. De Raad stelde vast dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de indicatiebesluiten en dat het Zorgkantoor de intrekking en terugvordering terecht had uitgevoerd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van het pgb worden bevestigd.