ECLI:NL:CRVB:2015:942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens niet-tijdige aanvraag
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten die zij had gemaakt voor eigen bijdragen aan rechtsbijstand en griffierechten. De aanvraag betrof kosten over de periode van april tot oktober 2012, maar werd pas in november 2012 ingediend. Het college wees de aanvraag af wegens niet-tijdige indiening en stelde dat bijstand met terugwerkende kracht niet mogelijk is. Tevens voldeed appellante niet aan de voorwaarden van het buitenwettelijk begunstigend beleid dat in sommige gevallen soepelheid toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat het college het beleid consistent had toegepast. Appellante stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende inzicht had gegeven in de afwegingen en dat in vergelijkbare gevallen meer soepelheid werd betracht. De Raad verwierp deze stelling omdat het buitenwettelijk begunstigend beleid als gegeven wordt beschouwd en de rechter slechts toetst op consistente toepassing.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende onderbouwing had geleverd om het oordeel van de rechtbank te verwerpen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens niet-tijdige indiening en consistente toepassing van het beleid.