ECLI:NL:CRVB:2015:913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van onvoorwaardelijk ontslag ambtenaar
Appellant was werkzaam als ambtenaar bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en had verzocht om uitstel van zijn functioneel leeftijdsontslag om zijn 40 dienstjaren te volmaken. De minister verleende hem onvoorwaardelijk ontslag per 15 november 2010. Appellant deed vervolgens meerdere verzoeken om langer door te werken en eervol ontslag, welke werden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het ontslagbesluit van 5 november 2009 onherroepelijk was en dat latere verzoeken van appellant slechts terugkomverzoeken betroffen, waarvoor geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De minister heeft dit gebrek in de motivering hersteld, maar de rechtbank handhaafde het besluit omdat geen nieuwe feiten waren gesteld.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en overweegt dat het verzoek van appellant niet kan worden aangemerkt als een zelfstandig verzoek op grond van artikel 97, vierde lid, ARAR, omdat het ontslagbesluit reeds onherroepelijk was. Het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden maakt dat het verzoek om terug te komen van het ontslag terecht is afgewezen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het onvoorwaardelijke ontslagbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.