ECLI:NL:CRVB:2015:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding schuld wegens niet voldoen aflossingsverplichtingen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om kwijtschelding van een schuld. Het college wees dit verzoek af omdat het een fraudevordering betrof waarvoor volgens het beleid minimaal tien jaar volledige aflossing vereist is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het verzoek geen fraudevordering betrof en dat hij voldeed aan de vijfjarige aflossingsperiode die dan geldt. Tevens deed hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een andere zaak waarin het college anders zou hebben gehandeld.
De Raad oordeelde dat het verzoek betrekking heeft op een vordering die voortkomt uit het niet nakomen van de inlichtingenplicht, waardoor de tienjarige termijn van toepassing is. Appellant had niet gedurende tien jaar volledig afgelost en leverde geen bewijs dat dit anders was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding bevestigd.