ECLI:NL:CRVB:2015:864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde kinderalimentatie als inkomsten
Appellante ontving vanaf maart 2011 bijstand op grond van de WWB, aanvankelijk als alleenstaande ouder en later als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over de periode april 2011 tot april 2012 en vorderde €12.079,77 terug wegens niet gemelde inkomsten. Deze inkomsten bestonden uit contante bedragen die appellante van haar ex-partner als kinderalimentatie ontving en op haar bankrekening stortte.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden door deze inkomsten niet te melden. De rechtbank beschouwde de ontvangen bedragen als inkomsten vanwege het periodieke karakter en het vrije bestedingsrecht van appellante. De berekening van de terugvordering werd als correct beoordeeld. Appellante voerde aan dat de bedragen voor de kinderen bestemd waren en niet als inkomsten moesten worden gezien, en dat zij niet wist dat zij deze moest melden.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante de ontvangen bedragen vrij kon besteden en dat de rechtbank gemotiveerd op haar verweren was ingegaan. Zij voegde hieraan toe dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.