Uitspraak
.
.
OVERWEGINGEN
.
.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1989, vroeg op 22 juni 2010 een Wajong-uitkering aan wegens psychische klachten, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellante op haar zeventiende verjaardag en 52 weken daarna in staat werd geacht meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. Zowel de rechtbank ’s-Hertogenbosch als de rechtbank Oost-Brabant verklaarden het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en de arbeidsbeperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar beroepsgronden. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts had geconcludeerd dat appellante vanwege haar borderline stoornis zeer kwetsbaar is voor emotionele overschieters en conflicten, waardoor duurzame tewerkstelling ernstig wordt belemmerd. De arts adviseerde inzet van een jobcoach voor preventieve begeleiding en motivatie. De Raad oordeelde echter dat het UWV onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe deze beperkingen zich verhouden tot de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de korte begeleiding door een jobcoach vanaf de zijlijn onvoldoende is om de problemen in een werksituatie adequaat op te lossen.
Verder stelde de Raad vast dat het arbeidskundig onderzoek niet had onderzocht of de geselecteerde functies daadwerkelijk de vereiste mate van begeleiding bieden die appellante nodig heeft. Het UWV had ook niet gemotiveerd of van werkgevers redelijkerwijs kan worden verlangd een jobcoach toe te laten. De Raad concludeerde dat aan de besluiten een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek kleeft en droeg het UWV op deze gebreken binnen acht weken te herstellen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op de gebreken in de besluiten te herstellen binnen acht weken.