ECLI:NL:CRVB:2015:735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding en lidmaatschap medezeggenschapsraad
Appellant was jarenlang lid van de oude Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) en werd ontslagen wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Het bestuur stelde dat de verstoring niet verband hield met het lidmaatschap van de GMR, maar met andere gedragingen van appellant, zoals het onderhouden van websites en het presenteren als voorzitter van de oude GMR.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er sprake was van een verstoorde verhouding los van het lidmaatschap, maar gaf het bestuur de opdracht dit nader te onderbouwen. Na nadere onderbouwing handhaafde de rechtbank het ontslagbesluit, maar appellant ging in hoger beroep tegen de rechtsgevolgen van het ontslag.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat het ontslagverbod uit artikel 3, dertiende lid, van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) ook bescherming biedt aan voormalig leden van de medezeggenschapsraad. De Raad oordeelt dat de gedragingen van appellant onlosmakelijk verbonden zijn met zijn lidmaatschap en dat het bestuur onvoldoende heeft bewezen dat andere oorzaken tot de verstoring hebben geleid.
Hoewel de arbeidsverhouding ernstig verstoord is, kan het ontslag niet worden gehandhaafd omdat het te nauw samenhangt met het lidmaatschap van appellant van de oude GMR. De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en herroept het ontslagbesluit, en veroordeelt het bestuur tot vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt herroepen omdat het onterecht verband hield met het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad.