ECLI:NL:CRVB:2015:734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om uitbetaling spaarverlof na vervaltermijn
Appellant was sinds 1980 als docent werkzaam en had spaarverlof opgebouwd tot 1 augustus 2008. Volgens de Regeling spaarverlof voortgezet onderwijs moest dit verlof in het schooljaar 2008-2009 worden opgenomen, met een uiterste opnameperiode tot het schooljaar 2010-2011. Het bestuur beëindigde de spaartermijn per 1 augustus 2010 en wees appellant op de opnameverplichting.
Appellant verzocht om uitbetaling van het opgebouwde spaarverlof, maar dit werd afgewezen omdat de opnameperiode was verstreken. Appellant stelde dat hij afspraken had gemaakt over latere opname en dat omstandigheden zoals arbeidsongeschiktheid en schorsing hem verhinderden het verlof tijdig op te nemen. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelde dat het verval van de opnamemogelijkheid ook het recht op uitbetaling bij het einde van het dienstverband uitsluit. De dwingende bepalingen van de Regeling laten geen uitzonderingen toe voor de door appellant genoemde omstandigheden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant geen vergelijkbare situatie aannemelijk maakte.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om uitbetaling van spaarverlof wordt afgewezen vanwege het verstrijken van de opnameperiode.