ECLI:NL:CRVB:2015:727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.C.F. Talman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf juni 2012 bijstand op grond van de WWB. Na een controle bij een horecagelegenheid waar appellant als diskjockey werd aangetroffen, stelde het college nader onderzoek in naar zijn werkzaamheden en inkomsten. Uit onderzoek en internetprints bleek dat appellant vaker optredens had dan hij had opgegeven.
Het college trok de bijstand met ingang van mei 2013 in wegens schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro, omdat appellant niet had gemeld dat hij op geld waardeerbare arbeid verrichtte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om de schending aan te nemen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij recht op bijstand had bij volledige informatie.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan en de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De intrekking van de bijstand blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.