ECLI:NL:CRVB:2011:BT7680
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid en weigering bijstandsuitkering aan directeur stichting
Verzoeker, directeur van een stichting die ook commerciële activiteiten verricht, vroeg bijstand aan op grond van de WWB. Na onderzoek concludeerde het College dat verzoeker als zelfstandige moest worden aangemerkt vanwege zijn werkzaamheden, zeggenschap en financiële risico's binnen de stichting.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beschikbare gegevens voldoende waren om verzoeker als zelfstandige aan te merken, onder meer omdat hij het urencriterium van 1225 uren per jaar haalde en mede financiële risico's droeg. Daarom had verzoeker geen recht op bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening werd geweigerd.
Uitkomst: Verzoeker wordt als zelfstandige aangemerkt en heeft geen recht op bijstand; het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.