ECLI:NL:CRVB:2015:723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonachting op uitkeringsadres
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en stond sinds 2008 ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij elders woonde, heeft de gemeente Rotterdam onderzoek gedaan, waarbij onder meer waterverbruik en een huisbezoek werden onderzocht.
Het college trok de bijstand met ingang van 5 juni 2012 in omdat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dit, onder meer door te stellen dat het waterverbruik onjuist was geregistreerd.
De Raad oordeelde dat het waterverbruik extreem laag was en de bevindingen tijdens het huisbezoek (lege koelkast, geen post) het ontbreken van hoofdverblijf op het uitkeringsadres bevestigden. De Raad volgde appellante niet in haar betwisting en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.