ECLI:NL:CRVB:2015:624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.I. van der Kris
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geen toename arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar
Appellant heeft in januari 2013 een aanvraag ingediend bij het UWV voor een WAO-uitkering wegens verslechterde gezondheid per 1 januari 2010. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant in de vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2010 geen recht had op een WAO-uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig indienen van bezwaargronden. Tijdens de procedure wijzigde het UWV zijn standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV de aanvraag terecht had afgewezen, mede omdat het recht op WAO-uitkering met terugwerkende kracht was ingetrokken per 7 januari 2002.
In hoger beroep stelde appellant dat vanwege de aard van zijn psychische klachten sprake was van een uitzonderingsgeval dat toekenning van de WAO-uitkering per 29 januari 2010 rechtvaardigde. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat artikel 43a van de WAO geen ruimte biedt voor toekenning van de uitkering in dit geval. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking.