ECLI:NL:CRVB:2015:588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake haar loongerelateerde WGA-uitkering. Tijdens het hoger beroep kende het UWV een vervolguitkering toe met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, waardoor appellante geen belang meer had bij het beroep en dit introk.
De Raad overwoog dat appellante bij het instellen van het hoger beroep wel degelijk procesbelang had, omdat op dat moment de toekenning van de vervolguitkering nog niet bekend was. Hierdoor had zij recht op een proceskostenvergoeding.
Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, vastgesteld op € 735,-. Vergoeding van griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel namens de Centrale Raad van Beroep op 27 februari 2015.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 735,- aan proceskosten aan appellante.