ECLI:NL:CRVB:2015:4868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitbreiding indicatie persoonlijke verzorging AWBZ
Appellante, bekend met meerdere aandoeningen, had een indicatie voor persoonlijke verzorging klasse 1 onder de AWBZ. Na een verzoek tot uitbreiding van deze indicatie in oktober 2013, handhaafde het CIZ de indicatie ongewijzigd en stelde later de einddatum van de indicatie aanzienlijk naar voren, stellende dat appellante niet meer aangewezen was op AWBZ-zorg.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder hulpbehoefte bij medicatie en incontinentiemateriaal, onvoldoende werden erkend. Zij stelde dat hulpmiddelen en woningaanpassingen haar hulpbehoefte niet wegnemen.
De Raad oordeelde dat het medisch advies van 16 april 2014 zorgvuldig tot stand was gekomen, waarbij diverse medische disciplines waren betrokken en aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot twijfel. Het geheugenverlies van appellante was niet medisch geobjectiveerd, en zij kon met hulpmiddelen haar persoonlijke verzorging zelfstandig uitvoeren.
De Raad concludeerde dat appellante niet was aangewezen op een hogere indicatie voor persoonlijke verzorging en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie persoonlijke verzorging blijft ongewijzigd.