ECLI:NL:CRVB:2015:4834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onttrekking aan tenuitvoerlegging vrijheidsstraf
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) maar werd veroordeeld tot een totaal van 30 dagen vrijheidsstraf. Hij kreeg de mogelijkheid om deze straf via de zelfmeldprocedure in een beperkt beveiligde inrichting te ondergaan, maar meldde zich niet op de oproepdatum en werd als voortvluchtige geregistreerd.
De commissie trok de bijstand met ingang van juni en juli 2012 in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug. Appellant voerde aan dat hij zich niet onttrok en niet op de hoogte was van het arrestatiebevel, en dat hij de straf al had uitgezeten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging ook geldt bij het niet opvolgen van de zelfmeldprocedure, ondanks het ontbreken van kennis van het arrestatiebevel. Appellant schond zijn inlichtingenverplichting door dit niet te melden. Hoewel appellant vanaf 17 augustus 2012 de straf daadwerkelijk onderging, blijft de intrekking over de gehele periode gehandhaafd. De Raad veroordeelt de commissie in de proceskosten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens onttrekking aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wordt bevestigd.