ECLI:NL:CRVB:2015:4833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na belastingteruggave op grond van WWB
Appellant ontving vanaf 16 april 2011 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) en had in 2012 daarnaast inkomsten uit arbeid. Naar aanleiding van een belastingteruggave over 2012 van €245,- heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de bijstand over dat jaar herzien en een bedrag van €244,96 teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de belastingteruggave volledig moet worden gerekend tot de middelen waarover appellant kon beschikken, conform artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de WWB.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat het college de belastingteruggaven in andere jaren anders had behandeld en dat er rekening had moeten worden gehouden met een vrijlating van 25% voor de arbeidskorting. Omdat deze gronden niet slaagden, werd de aangevallen uitspraak bevestigd en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand over 2012 wegens belastingteruggave.