ECLI:NL:CRVB:2015:4810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Appellant vroeg op grond van de Wajong een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan vanwege fysieke en psychische beperkingen. Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid op en na 1 juli 2002 minder dan 25% bedroeg en de psychische klachten pas vanaf 2004 manifest waren geworden.
Appellant diende herhaalde verzoeken in met aanvullende medische verklaringen die zouden aantonen dat de psychische klachten al eerder bestonden. De verzekeringsarts concludeerde echter dat deze verklaringen gebaseerd waren op anamnestische aannames en niet ondersteund werden door objectieve medische gegevens uit de relevante periode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. Hoewel het UWV ten onrechte de aanvraag niet voor de toekomst beoordeelde, leidde dit niet tot benadeling van appellant omdat er geen feiten waren die nader onderzoek rechtvaardigden. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.