Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft voor het eerst per 1 september 2003 studiefinanciering ontvangen voor hoger onderwijs. In 2013 vroeg zij opnieuw studiefinanciering aan voor een studie geneeskunde, welke aanvankelijk werd toegekend. Later stelde de minister vast dat zij vanaf 1 september 2013 geen recht meer had op studiefinanciering omdat de maximale termijn van tien jaar sinds de eerste toekenning was verstreken.
Appellante voerde aan dat zij telefonisch onjuiste informatie had ontvangen van medewerkers van DUO en dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule recht had op voortzetting van de studiefinanciering. De rechtbank wees dit beroep af omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er onjuiste toezeggingen waren gedaan en dat zij onvoldoende zorgvuldigheid had betracht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van de wettelijke bevoegdheid tot herziening op grond van een systeemtechnische fout. Er was geen sprake van ondubbelzinnige toezeggingen die gerechtvaardigde verwachtingen hadden gewekt. Bovendien behoorde appellante op de hoogte te zijn van de wettelijke opnametermijn. Het beroep op de hardheidsclausule werd eveneens verworpen omdat herziening in lijn is met de wetgever's bedoeling.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op studiefinanciering na overschrijding van de maximale termijn en wijst beroep op vertrouwensbeginsel en hardheidsclausule af.