ECLI:NL:CRVB:2015:476
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toekenning op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 wegens ontbreken rode draad van disfunctioneren
Appellant diende in oktober 2011 een aanvraag in voor toekenningen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp), stellende dat zijn vader deelnam aan het verzet en dat hij daardoor psychische klachten had ontwikkeld. De Centrale Bestuurscommissie gaf een negatieve verzetsverklaring af. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant niet tot de doelgroep behoorde en ook niet gelijkgesteld kon worden met personen die door het verzet van derden lichamelijk letsel hadden opgelopen.
Appellant stelde beroep in, ondanks overschrijding van de beroepstermijn, welke overschrijding verontschuldigbaar werd geacht wegens onvoorziene omstandigheden rondom ziekenhuisopname van zijn echtgenote. De Raad ontving het beroep en beoordeelde de zaak inhoudelijk.
De Raad stelde vast dat de vader van appellant deelnam aan het verzet en pensioen ontving op grond van de Wbp, maar dat het ging om de gevolgen voor appellant zelf. Verweerder voerde aan dat niet was gebleken van een doorlopende lijn van disfunctioneren (de 'rode draad') die terug te voeren was op het verzet van de vader. Dit standpunt werd ondersteund door adviezen van twee geneeskundig adviseurs, gebaseerd op persoonlijk onderzoek en huisartsgegevens.
De Raad vond het besluit zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De door appellant beschreven relatieproblemen met zijn vader waren het gevolg van de veranderde persoonlijkheid van de vader, niet van een onvermogen van appellant zelf. Appellant had geen aantoonbare problemen in school of beroepsopleiding die met de oorlog verband hielden en functioneerde lange tijd goed. Psychische klachten en herbelevingen ontstonden pas na beëindiging van het beroepsleven en konden niet als een rode draad tot de oorlog worden herleid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een rode draad van disfunctioneren die aan het verzet kan worden toegeschreven.