ECLI:NL:CRVB:2015:4718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering kinderbijslag bij uitwonende kinderen in Egypte
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kinderen die sinds september 2012 in Egypte wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht, omdat appellant onvoldoende had bijgedragen in het onderhoud van de kinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de herziening en terugvordering terecht waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte ook over de terugvordering oordeelde, dat de kinderen niet uitwonend waren, en dat hij wel voldoende had bijgedragen, mede gezien de moeilijke situatie in Egypte.
De Raad oordeelt dat het oordeel over terugvordering buiten het bestreden besluit viel en vernietigt dat deel van de uitspraak. De Raad bevestigt echter dat de kinderen uitwonend zijn en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij de onderhoudsbijdrage van minimaal €416 per kind per kwartaal heeft voldaan. Bewijsstukken voor extra kosten ontbraken en geldopnames konden niet als onderhoud worden aangemerkt.
Ook het beroep op verblijf van de kinderen in Nederland gedurende de winterperiode faalde wegens gebrek aan bewijs. De Raad volgt vaste rechtspraak dat onderhoudsbijdragen gelijkelijk over de kinderen worden verdeeld. De mededelingsplicht van appellant over het vertrek naar Egypte is geschonden, waardoor herziening met terugwerkende kracht terecht is.
De Raad veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De herziening van het recht op kinderbijslag wordt bevestigd, het oordeel over terugvordering vernietigd en de Svb wordt veroordeeld in proceskosten.