ECLI:NL:CRVB:2015:4712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplichtige arbeidsverhouding
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat appellant op de eerste dag van zijn arbeidsongeschiktheid, 4 juni 2008, niet als werknemer in dienstbetrekking stond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de door appellant overgelegde arbeidsovereenkomst onvoldoende was om een dienstbetrekking aan te tonen, omdat niet was voldaan aan de vereisten van persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. Verder toonde het Suwinet-register aan dat er geen arbeidsrelatie was in 2008 en dat appellant pas vanaf april 2009 in dienst was van de betreffende B.V.
Daarnaast was er geen medische onderbouwing voor de stelling van appellant dat hij in 2009 al beperkingen had door reumatische klachten. De medische rapporten en informatie van verzekeringsartsen ondersteunden deze claim niet. De Raad concludeerde dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 2 juni 2010 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding op de eerste ziektedag.