ECLI:NL:CRVB:2015:4690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling en functiegeschiktheid
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV heeft deze uitkering in 2008 herzien naar 45-55% en in 2014 naar 55-65%. Appellant meldde een verslechtering van zijn gezondheid en verzocht om herziening, die door het UWV werd geweigerd. Hiertegen werd bezwaar en beroep ingesteld, waarna de rechtbank het beroep tegen de herziening ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de medische beoordeling onvoldoende was omdat nieuwe medische gegevens niet waren meegenomen en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege opleidingseisen en taalvaardigheid. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts zijn rapport zorgvuldig en gemotiveerd had opgesteld en dat de medische gegevens, waaronder die van cardioloog en pijnspecialist, in de beoordeling waren betrokken.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de medische beoordeling onjuist was. Ook de arbeidsdeskundige had gemotiveerd toegelicht dat appellant de geselecteerde functies, waaronder medewerker tuinbouw, kon verrichten ondanks beperkte lees- en taalvaardigheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55-65%.