ECLI:NL:CRVB:2015:4649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na medisch onderzoek verzekeringsartsen
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich ziek wegens fysieke en psychische klachten. Na beëindiging van haar dienstverband werd haar een Ziektewet-uitkering toegekend. Uit medisch onderzoek door verzekeringsartsen, laatstelijk op 2 september 2013, bleek zij geschikt voor arbeid, waarna haar uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer vanwege het ontbreken van een tolk en twijfels over de medische beoordeling. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, onder verwijzing naar voldoende gegevens en het ontbreken van belemmeringen door taalproblemen.
In hoger beroep voerde appellante vergelijkbare gronden aan, zonder nieuwe medische informatie. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de belastbaarheid van appellante niet was overschat en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.