ECLI:NL:CRVB:2015:4629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-loonaanvullingsuitkering 24 maanden en afwijzing schadevergoeding
Appellante is sinds november 2008 arbeidsongeschikt vanwege psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde in 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering vast met een arbeidsongeschiktheid van 100%, later omgezet in een loonaanvullingsuitkering met 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2013 stelde het UWV vast dat de uitkering 24 maanden ongewijzigd blijft en vanaf februari 2015 gebaseerd wordt op 65% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar psychische en somatische klachten, en dat de inkomenseis onterecht voor een toekomstige datum was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts een zorgvuldige en volledige beoordeling heeft uitgevoerd, waarbij zowel dossieronderzoek als onderzoek op het spreekuur heeft plaatsgevonden. De beperkingen zijn adequaat vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst en de urenbeperking. De Raad acht de medische en arbeidskundige grondslag voldoende en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Wel wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.