ECLI:NL:CRVB:2015:4542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraken inzake intrekking bijstand en boete wegens niet-melding mede-rekening
Betrokkene ontving sinds april 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders trok de bijstand in omdat betrokkene een mede op haar naam staande en/of-bankrekening niet had gemeld. Tevens werd de gemaakte bijstand teruggevorderd en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten en herzag de boete. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelt dat de vooronderstelling dat betrokkene als mede-rekeninghouder over het tegoed kon beschikken niet opgaat, omdat het tegoed volledig afkomstig was van haar moeder, de rekening was omgezet in een en/of-rekening vanwege de gezondheidssituatie van de moeder en betrokkene niet buiten haar machtiging handelde.
De Raad stelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het vermogen van betrokkene het recht op bijstand uitsluit. Daarmee is intrekking en terugvordering niet gerechtvaardigd en vervalt de grondslag voor de boete. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van intrekking, terugvordering en boete wegens niet-melding van de en/of-bankrekening.