Uitspraak
31 januari 2013, 12/1770 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf december 2008 een WIA-uitkering. In juni 2010 werd in een door appellant gehuurd bedrijfspand een hennepkwekerij aangetroffen. Het UWV stelde op basis van politieonderzoek dat appellant inkomsten uit deze kwekerij had genoten en zijn inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden.
Het UWV herzag de uitkering en vorderde een bedrag van €13.128,11 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van een strafrechtelijke procedure maar van een rechtmatigheidsonderzoek. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
De Raad benadrukt dat het bewijs in bestuursrechtelijke procedures minder zwaar is dan in strafzaken, en dat de vrijspraak in de strafzaak niet betekent dat appellant geen betrokkenheid had. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt omdat het hier niet gaat om een strafsanctie maar een administratieve maatregel.
De Raad concludeert dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het UWV terecht de inkomsten schattenderwijs heeft vastgesteld en de uitkering heeft teruggevorderd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering wegens exploitatie van een hennepkwekerij.