ECLI:NL:CRVB:2015:4532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante vroeg op grond van de Wajong een uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat zij in staat is ten minste 100% van het minimumjeugdloon te verdienen. Na bezwaar en beroep werden diverse medische en arbeidskundige rapporten ingewonnen, waaronder van een psychiater en verzekeringsarts. De deskundigen concludeerden dat appellante beperkingen heeft door ADHD en een beneden gemiddelde intelligentie, maar dat zij toch 40 uur per week kan werken binnen bepaalde functies met beperkte flexibiliteit en onder toezicht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het oordeel van de deskundige voldoende gemotiveerd en consistent was. In hoger beroep heeft appellante meerdere beroepsgronden aangevoerd, waaronder onvoldoende contact tussen deskundigen en te strenge inschatting van haar beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de deskundige dat appellante voldoende arbeidsvermogen heeft. De Raad oordeelt dat de beperkingen niet zodanig zijn dat zij niet kan werken in de geselecteerde functies, ook niet onder wisselende omstandigheden of ploegendienst. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.