ECLI:NL:CRVB:2015:4526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1983 een WAO-uitkering die aanvankelijk was gebaseerd op een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, welke in 1984 werd herzien naar een lagere mate. In 2009 claimde appellant een toename van arbeidsongeschiktheid, maar het UWV stelde dat deze toename voortkwam uit een andere, niet-verzekerde oorzaak. Na diverse medische onderzoeken handhaafde het UWV het besluit om de uitkering niet te verhogen.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onzorgvuldige voorbereiding, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank concludeerde dat de toename van arbeidsongeschiktheid niet gebaseerd was op dezelfde klachten als in 1984, met name nekklachten, en dat psychische klachten destijds niet bepalend waren voor de uitkering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat ook psychische klachten en andere fysieke klachten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. De Raad concludeerde echter dat er onvoldoende medische aanwijzingen zijn om het standpunt van appellant te ondersteunen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De toename van arbeidsongeschiktheid wordt daarmee niet erkend als voortkomend uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot handhaving van de WAO-uitkering wordt bevestigd.