ECLI:NL:CRVB:2015:4501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- D.S. de Vries
- L. Tobé
- Rechtspraak.nl
Vaststelling indicatie begeleiding individueel klasse 4 in AWBZ-zorg
Appellant lijdt aan een depressieve stoornis en een stoornis in het autisme spectrum, met bijkomende vermoeidheidsklachten en schildklierproblemen. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) had aan appellant een indicatie verleend voor begeleiding individueel klasse 3, waarbij de benodigde begeleidingstijd werd berekend op basis van zes dagen per week, terwijl volgens de indicatiewijzer zeven dagen gehanteerd dienen te worden.
De voorzieningenrechter had het beroep tegen het besluit van CIZ grotendeels ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Appellant stelde dat hij recht had op klasse 5 begeleiding vanwege zijn matige tot ernstige beperkingen, los van opvoedingsondersteuning, en dat het Centrum voor Jeugd en Gezin geen voorliggende voorziening was.
De Raad oordeelt dat de keuze van CIZ om driemaal twintig minuten per dag toe te kennen navolgbaar is, maar dat de vermenigvuldiging van de dagelijkse begeleidingstijd met zes in plaats van zeven onbegrijpelijk is. De Raad bepaalt daarom dat appellant recht heeft op klasse 4 begeleiding (7 tot 9,9 uur per week). De stelling dat klasse 5 noodzakelijk is, wordt niet onderbouwd door medische stukken. Ook het beroep op het ontbreken van voorliggende voorzieningen voor opvoedingsondersteuning faalt.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit van CIZ. Tevens veroordeelt de Raad CIZ tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Appellant is vanaf 5 september 2013 aangewezen op begeleiding individueel klasse 4 (7 tot 9,9 uur per week).