ECLI:NL:CRVB:2015:4498
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afwijzing Wajong-uitkering en beoordeling laattijdige aanvraag
Appellante heeft op 18 juni 2013 een Wajong-uitkering aangevraagd wegens sinds haar jeugd bestaande psychische klachten. Het UWV wees de aanvraag af wegens onvoldoende medische informatie over arbeidsbeperkingen op haar 17e levensjaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en achtte het medisch onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep stelde appellante dat zij destijds leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis en dat het UWV op basis van relevante protocollen haar belastbaarheid had moeten inschatten. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts zorgvuldig had vastgesteld dat er geen objectieve medische gegevens zijn over de ernst van haar beperkingen op haar 17e en 18e levensjaar. De diagnose alleen geeft geen uitsluitsel over belastbaarheid.
De Raad bevestigt dat bij laattijdige aanvragen de bewijslast bij de aanvrager ligt. Omdat appellante geen medische informatie over die periode heeft verstrekt, is het UWV terecht tot afwijzing gekomen. Echter, het UWV had ook moeten beoordelen of appellante op grond van artikel 2:3, tweede lid, Wet Wajong alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt en recht heeft op arbeidsondersteuning. Dit is nagelaten, waardoor het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen, rekening houdend met de inmiddels verstreken termijn van vijf jaar.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door alsnog te beoordelen of appellante op grond van artikel 2:3, tweede lid, Wet Wajong als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.