ECLI:NL:CRVB:2015:4478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken objectieve arbeidsbeperkingen op 17e levensjaar
Appellante, geboren in 1960, vroeg op grond van de Wet Wajong een uitkering aan vanwege psychische klachten die sinds haar jeugd zouden bestaan. Het UWV wees de aanvraag af omdat er geen objectieve medische gegevens beschikbaar waren die haar arbeidsbeperkingen op haar 17e en 18e levensjaar konden bevestigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat zij een opleiding had afgerond en had gewerkt.
In hoger beroep stelde appellante dat zij tussen haar 17e en 30e levensjaar arbeidsongeschikt was geworden door psychische klachten, gesteund door een verklaring van haar voormalige psychiater. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat er geen objectieve informatie beschikbaar was om met zekerheid een psychiatrische stoornis of beperkingen op het 17e levensjaar vast te stellen, hoewel een borderline persoonlijkheidsstoornis waarschijnlijk was.
De verzekeringsarts bevestigde dat de aard en ernst van de problemen op het 17e levensjaar niet met zekerheid konden worden vastgesteld. De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat appellante het risico van het ontbreken van medische gegevens voor haar rekening moest nemen. Ook ontbraken medische stukken die haar arbeidsongeschiktheid tijdens haar opleiding tot rij-instructeur onderbouwden.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de Raad dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van objectieve arbeidsbeperkingen op het 17e levensjaar.