ECLI:NL:CRVB:2015:4472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaste aanstelling wegens tekortschietend functioneren in daltondidactiek en klassenmanagement
Appellante was gedurende twee proefperiodes als leraar aangesteld met uitzicht op een vaste aanstelling. Tijdens een verlengde tijdelijke aanstelling werden drie verbeterpunten vastgesteld: daltondidactiek, klassenmanagement en professionele omgang met collega’s. Beoordelingsformulieren van meerdere beoordelaars en lesbezoeken onderbouwden het oordeel dat appellante op deze punten tekortschiet.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de negatieve beoordeling en het besluit om haar geen vaste aanstelling te verlenen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beoordelingsformulieren een toereikende grondslag bieden voor het oordeel van onvoldoende functioneren. Hoewel appellante niet deelnam aan een intervisiecyclus en de school weinig scholing bood, is het niet verlengen van de proeftijd niet onhoudbaar.
De Raad benadrukt dat de toetsing van het besluit terughoudend is en zich beperkt tot de vraag of het college redelijkerwijs tot zijn oordeel kon komen. Gezien de tijd en mogelijkheden die appellante had, en het karakter van de school met centrale daltondidactiek, is het besluit tot niet-verlenging gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit om appellante geen vaste aanstelling te verlenen wordt bevestigd.