ECLI:NL:CRVB:2015:445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en beperkingen bij WIA-uitkering na frontaal kwabsyndroom
Appellant, die sinds 2007 arbeidsongeschikt is wegens een frontaal kwabsyndroom met cognitieve stoornissen, heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Na meerdere beslissingen en beroepen heeft het UWV appellant een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 79,53%, waarbij hij geschikt werd geacht voor drie functies.
De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing van het UWV maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen op het gebied van lezen niet automatisch een beperking in het functioneren betekenen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen en dat de functies ongeschikt waren vanwege overschrijding van beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd hoe de beperkingen op het gebied van lezen waren verwerkt. Daarnaast werd vastgesteld dat de functies routinematig zijn zonder veelvuldige deadlines of storingen, en dat appellant geschikt is voor de functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.