ECLI:NL:CRVB:2015:4436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens onvoldoende verantwoording door budgethouder
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor de jaren 2012 en 2013 van het Zorgkantoor op grond van de Regeling subsidies AWBZ. Na ontvangst van een wijzigingsformulier waarin appellant aangaf het pgb per 1 april 2013 niet meer te willen ontvangen, stelde het Zorgkantoor vast dat de verantwoording over het pgb voor 2012 en het eerste kwartaal van 2013 niet voldeed aan de eisen. Het Zorgkantoor wees de verantwoording af en vorderde het grootste deel van het toegekende budget terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, omdat de verklaring van de zorgverlener onvoldoende duidelijkheid bood over de geleverde AWBZ-begeleiding en de ingediende documenten gebreken vertoonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de zorgverlener wel degelijk begeleiding had verleend en dat slechts sprake was van kleine onvolkomenheden, mede gelet op zijn beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor de verantwoording van het pgb bij de budgethouder ligt, ook als het beheer is overgelaten aan een derde. De enkele stelling van beperkingen leidt niet tot een andere belangenafweging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb wordt bevestigd.