ECLI:NL:CRVB:2015:4312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nabetaling en overname betalingsverplichtingen na faillissement werkgever
Appellante trad op 18 april 2011 in dienst bij een hotel dat op 14 december 2011 failliet werd verklaard. Na ontslag diende zij een aanvraag in voor overname van betalingsverplichtingen bij het UWV. Het UWV kende haar een WW-uitkering toe, maar er ontstond discussie over de hoogte van de nabetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond met betrekking tot de berekening van de arbeidsomvang in januari 2012. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het UWV verhoogde vervolgens de arbeidsomvang en stelde de nabetaling opnieuw vast, maar appellante betwistte de hoogte van deze nabetaling.
De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte het bedrag van de nabetaling had vastgesteld en stelde vast dat appellante recht heeft op een nabetaling van €660,61 bruto. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak vernietigt eerdere besluiten en vervangt deze door de nieuwe vaststelling.
Uitkomst: Appellante heeft recht op een nabetaling van €660,61 bruto; eerdere besluiten worden vernietigd.