ECLI:NL:CRVB:2015:429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat zij op 22 oktober 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De beperkingen waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 juli 2012, gebaseerd op medisch onderzoek en een arbeidsdeskundige beoordeling met het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, omdat er geen nieuwe medische, objectiveerbare gegevens waren die een ernstiger beperking aantoonde dan reeds vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had de functies passend en de mate van arbeidsongeschiktheid onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij ernstiger beperkingen had, onder meer door chronische vermoeidheid en depressieve klachten, maar kon dit niet met objectief medisch bewijs staven. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante in staat was de geselecteerde functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.