ECLI:NL:CRVB:2015:4078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij bijstandsaanvraag en onterechte afwijzing wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant diende een aanvraag om bijstand in, die door het bestuur werd afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens. Het bestuur had bij de vermogensvaststelling niet alleen de banksaldi meegenomen, maar ook de waarde van twee oude auto’s en had tandartskosten niet als schuld in mindering gebracht.
De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de auto’s terecht waren meegenomen en dat deze niet als algemeen gebruikelijke bezittingen konden worden beschouwd. In hoger beroep stelde appellant dat de auto’s geen waarde vertegenwoordigen volgens het bestuursbeleid en dat de tandartskosten ten onrechte niet waren verrekend.
De Raad oordeelde dat de auto’s, gezien hun leeftijd en type, niet tot dure of waardevolle oldtimers behoren en dat het bestuur onjuiste gegevens gebruikte voor de waardebepaling. Ook werd geoordeeld dat de tandartskosten als schuld in mindering hadden moeten worden gebracht. De betaling van waterschapsbelasting werd niet als schuld erkend.
Hierdoor bleek het vermogen van appellant slechts iets boven de vrijstellingsgrens te liggen en per 1 mei 2013 onder die grens te zijn gekomen, zodat appellant recht had op bijstand vanaf die datum. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant bijstand moet worden toegekend, met vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant krijgt bijstand toegekend vanaf 1 mei 2013.